Hokwerda's kind: Opdracht

Opdracht niveau 5 | Interpretatie

Titel Hokwerda's kind
Niveau boek niveau 5
Opdracht niveau 5 | Interpretatie
Studielast 3 uur
Werkvorm individueel
Focus interpretatie
Je leert vanuit geconcentreerde prozateksten lijnen trekken naar het grote geheel van de roman.
Gemaakt door Pieter Waalewijn
Bron 1 Oek de Jong, 'Rubberen roos', p. 27-30 van een online verhalenbundel.

Vraag 1

Vijf jaar voordat Hokwerda's kind uitkwam, publiceerde Oek de Jong het verhaal 'Rubberen roos' in de Amsterdamse daklozenkrant Z!. Je zult er ongetwijfeld van alles in herkennen, want het was een voorstudie van de roman die je gelezen hebt.

      a. Lees het verhaal (bron 1) en geef nauwkeurig aan met welk deel van de roman - noteer paginanummers - het overeenkomsten vertoont.
      b. Noem minstens vijf wezenlijke verschillen die jij hebt gezien tussen de oerversie ('Rubberen roos') en de definitieve versie (Hokwerda's kind).
      c. Heb jij een idee waarom De Jong de genoemde elementen voor de roman veranderd heeft, en vind jij die veranderingen ook verbeteringen? Licht je antwoorden toe.
      d. De voorlaatste zin van het verhaal luidt: 'In de Vrolikstraat dacht ze: is er iets niet goed met mij, deug ik niet, dat ik zo'n man tegenkom, ben ik niet zoals ik denk dat ik ben?'
Deze zin is in de definitieve versie verdwenen. Leg uit in hoeverre deze zin uit 'Rubberen roos' wel of niet had gepast in Hokwerda's kind. Hoe denk jij dat Lin uit Hokwerda's kind deze vragen uit 'Rubberen roos' zou beantwoorden?


Vraag 2

'Die avond wierp Hokwerda keer op keer zijn dochtertje over de rietkraag in de Ee.'
Met deze zin beginnen de zes bladzijden van de proloog van Hokwerda's kind. Dat dit zevenjarige meisje hetzelfde personage is als de volwassen Lin waar de rest van de roman over gaat, weet je nog niet op het moment dat je de proloog leest. Maar op het moment dat je de proloog leest, ben je natuurlijk nog helemaal blanco.

      a. Geef een nauwkeurige beschrijving van de proloog: de personages, de situatie, de handeling, het decor, de sfeer. Geef hierbij ook aan hoe de vader naar zijn dochter kijkt, en omgekeerd.
      b. De proloog is nogal suggestief: er wordt van alles niet verteld; je lijkt goed tussen de regels te moeten kunnen lezen. Wat zijn de belangrijkste gedachten die jij uit de proloog hebt gehaald? En welk gevoel overheerst / overheerste bij jou na het lezen van de proloog?
      c. Als je de hele roman gelezen hebt, moet je kunnen uitleggen waarom deze proloog eraan voorafgaat. Welke lijnen kun jij trekken vanuit de proloog - zie je antwoorden bij vraag 2a en b - naar de gebeurtenissen in de vijf volgende delen? Neem er de tijd voor om dit goed uit te werken, want dit is essentieel voor de interpretatie. (Let op: hierbij moet je je zeker niet beperken tot de relatie tussen de volwassen Lin en haar vader.) De vraag is met andere woorden: in hoeverre is wat er rond de volwassen Lin gebeurt en wat er in haar omgaat te verklaren vanuit de proloog?
      d. Wat vind jij van de uitspraak dat de proloog eigenlijk de roman in een notendop is? Leg uit.


Vraag 3

      a. Wat vind jij van de uitspraak dat 'Rubberen roos' eigenlijk Hokwerda's kind in een notendop is? Leg uit.
      b. De rubberen roos, waarnaar de titel van het verhaal verwijst, keert in de roman niet terug. Was die rubberen roos, die eigenlijk een orchidee was, dus onbelangrijk? Hoe zou jij de titel van het verhaal verklaren?
      c. Je zou kunnen stellen dat de romantitel Hokwerda's kind de verbinding tussen de proloog en de rest van het boek expliciteert. Dat klinkt lekker diepzinnig, maar wat betekent het eigenlijk? Hoe verklaar jij de romantitel, gelet op alles wat je bij vraag 2 hebt genoteerd?