Hokwerda's kind: Opdracht

Opdracht niveau 6 | Poëtica

Eens in de zoveel tijd wordt geroepen dat het genre van de roman in onze cultuur ten dode opgeschreven is. Oek de Jong heeft zich gedurende zijn schrijverschap regelmatig beziggehouden met de vraag naar de levenskracht van de roman, in essays, lezingen, interviews en in zijn romans zelf. Voorlopig eindpunt is het boek dat De Jong in oktober 2013 liet verschijnen: Wat alleen de roman kan zeggen.
In deze opdracht ga je na wat De Jongs visie op dit punt is, en bekijk je in hoeverre Hokwerda's kind te beschouwen is als een praktijkvoorbeeld bij zijn theoretische standpunten. Je krijgt hiervoor vier bronnen aangeboden. Noteer de belangrijkste ideeën van De Jong over de roman, en ook de opmerkingen die Hokwerda's kind plaatsen in een romantraditie. Al die opmerkingen geef je uiteindelijk een plaats in een beschouwing 'De roman volgens Oek de Jong', van ongeveer 700 woorden.

Titel Hokwerda's kind
Niveau boek niveau 5
Opdracht niveau 6 | Poëtica
Studielast 3 à 4 uur
Werkvorm individueel
Focus Poëtica
Je leert de visie van de auteur op de roman en de romantraditie kennen, en die verbinden met de gelezen roman.
Gemaakt door Pieter Waalewijn
Bron 1 tzum.info | Coen Peppelenbos interviewt Oek de Jong over 'Hokwerda's kind'
Bron 2 Lydia van Aert over 'Hokwerda's kind', in: 'Lexicon van literaire werken' (februari 2005)
Bron 3 YouTube | Oek de Jong, 'De toekomst van de roman' (lezing in De Balie, 19 maart 2013)

Bron 1

De recensie die de Vlaamse schrijver Erwin Mortier over Hokwerda's kind schreef ('Een resolute sprong in de wereld', in: De Morgen, 4 december 2002) eindigt met de volgende uitspraken van De Jong:

'Ik ben helemaal van de idee verlost dat de roman dood is. Hij is honderd jaar lang gestorven en herrezen en weer gestorven. Ik beschouw mezelf als een realist, dus als een nazaat van grote negentiende-eeuwse schrijvers als Stendhal en Tolstoj. Natuurlijk maak ik wel mijn eigen variant. Mijn eigen opvatting op dit moment is dat het een vorm is waarmee je in elk tijdperk weer iets nieuws kunt overdenken. Het is een instrument. Je kunt er ook mee experimenteren, zeker. Je kunt de vorm ironiseren, en dat kan een prachtig resultaat opleveren, of je kunt de roman achterstevoren vertellen, enzovoort. Maar al die experimenten hebben we gehad. Ik heb het idee dat we uit die modernistische fase een aantal heel waardevolle technieken hebben overgehouden. Je kunt nu bladzijden lang een monologue intérieur schrijven en dat danken we aan het modernisme, dus die technieken gebruik ik uiteraard. Maar ik voel me, zoals we zeggen met een Indonesisch woord, helemaal senang in die realistische traditie. Omdat je er toch steeds weer iets anders mee doet.
'Ik vond die drang van onze voorgangers om een bestaande traditie grondig te bevragen ook heel legitiem. Eind negentiende, begin twintigste eeuw komt dat op en dat is een weerspiegeling van een andere beleving van de werkelijkheid. De beleving van chaos en fragmentatie, dat was een nieuw fenomeen in het West-Europese bewustzijn, en dat moest absoluut gereflecteerd worden door de literaire techniek, door de romantechniek, en dat is ook gebeurd. Maar ik heb ook wel 's gedacht dat wat toen zo heel erg schokkend was, dat gefragmenteerde, dat wij daar tegenwoordig misschien geen last meer van hebben. Want wij hebben geleerd om daar mee om te gaan. Onze hersenen hebben ons geleerd om ons feilloos door een metropool te sturen. In Amsterdam is het verkeer een volstrekte anarchie als je daar met de fiets doorheen moet, maar je hersenen registreren dat allemaal, al die snelheden en die mensen die op je afkomen. Maar ook in geestelijke zin denk ik dat mensen gewoon geleerd hebben om met die fragmentatie te leven. We hebben ons aangepast. Zoals dieren zich aanpassen aan hun milieu doen wij dat ook. Met andere woorden, in de literatuur is voor mij die weergave van de werkelijkheid als een versplintering volstrekt achterhaald. Ik vind het niet meer interessant om zo'n boek nog te lezen. Dus denk ik, het modernisme, de nouveau roman, het postmodernisme, dat zijn gewoon dikke takken, zo je wil, aan de grote boom van de Europese romantraditie. Ik geniet dus ook van die stromingen, daar zijn schitterende boeken uit voortgekomen. Maar ik denk dat die tijd echt voorbij is omdat ons bewustzijn veranderd is.
'Het is nog steeds een neiging van deze tijd om alles om te keren en te ondergraven, en je kunt je afvragen wat er dan nog overblijft. Ik denk dat een romanschrijver hoe dan ook een poging moet doen om een samenhang te scheppen. Daar kom je niet onderuit, dat is toch de functie van het verhaal. En daarom maakt de roman misschien een bloeitijd door.'


Bron 2

In 2003 heeft Coen Peppelenbos Oek de Jong geïnterviewd voor Tzum (bron 1). Hier lees je veel interessante dingen over Hokwerda's kind, en een enkele theoretische opmerking.


Bron 3

In het artikel dat in het Lexicon van literaire werken aan Hokwerda's kind gewijd is (bron 2), gaan p. 9 en 10 over De Jongs romanopvattingen, speciaal in verband met deze roman.


Bron 4

Op 19 maart 2013 gaf Oek de Jong in De Balie in Amsterdam een lezing van een half uur over 'de toekomst van de roman'. Op YouTube vind je die speech terug (bron 3; Oek de Jong begint na ongeveer 9 minuten); na die lezing wordt er nog een heel uur over doorgepraat, maar dat mag je laten zitten.
Tip: maak aantekeningen terwijl je luistert.